Op kot.

Toen we gisteren rond halfelf op kot aankwamen, was het meteen van dat. Gezelligheid in de keuken. Het zou een eind na middernacht worden, en dat voor de eerste avond. Dat belooft voor de rest van het semester, met donderdag al het eerste feestje.

En kijk! Onze halve Hollandse is ook terug! Gedaan met de rust! Nou, welkom terug, Evelien.

Evelien en Mathias

Vakantie.

Vakantie aan de Maas

Ha, vakantie! We zijn er een dag of drie tussenuit geweest in Limburg, aan de oevers van de Maas. Geen drukte, geen krant, geen verplichtingen. Alleen ‘s morgens en ‘s avonds eens internet, om toch een beetje op de hoogte te blijven.

We hebben Thorn en Stevensweert bezocht. En we hebben gefietst! Zeventig kilometer. Ze-ven-tig! Vraag maar niet hoe onze benen en onze billen achteraf aanvoelden…

(Ok ok, ze voelden aan alsof we een hele dag op een stoel vol duimspijkers gezeten hadden.)


De twee weken vakantie zitten er bijna op. Laat die tweede semester maar komen, ik heb er zin in!

Digitale krant.

Voor de komst van Apples iPod was een mp3-speler niet veel meer dan een usb-stick met ‘oortjes’ eraan. Voor de komst van de iPhone had iedereen een gsm. Sinds de iPhone heeft iedereen een smartphone die ook kan surfen en mailen en … . Apple slaagt er telkens opnieuw in om een markt de creëren voor de producten die het ontwikkelt. Daarom bestaat het vermoeden dat de komst van de iPad, de eerste tablet-pc van het bedrijf, opnieuw een evolutie zal starten.

Steve Jobs presenteert de iPad.

Steve Jobs presenteert de iPad

De iPad werd door Apple-topman Steve Jobs ook aangekondigd als een uitstekend eBook-reader. Elektronische boeken zijn niet nieuw, maar zouden dankzij de iPad een hoge vlucht kunnen nemen. Ook digitale kranten behoren tot de mogelijkheden, en vooral dat interesseert mij. Maar is de iPad het meest aangewezen toestel om kranten digitaal te gaan lezen?

Een andere bekende eReader is de Kindle van Amazon. De Kindle en de iPad zijn nauwelijks te vergelijken –de iPad is een tablet-pc met eReader-functionaliteit, de Kindle een echte eReader-, toch kunnen ze beide gebruikt worden als digitale drager voor een krant.

Het grootste zichtbare verschil tussen de toestellen is het scherm. De iPad maakt gebruik van een lcd-scherm, de Kindle toont beeld en tekst op elektronisch papier. Wikipedia legt het als volgt uit:

Unlike a conventional flat panel display, which uses a backlight to illuminate its pixels, electronic paper reflects light like ordinary paper and is capable of holding text and images indefinitely without drawing electricity, while allowing the image to be changed later.

Kindle DX

Kindle DX van Amazon

De leeservaring bij de Kindle sluit dus veel dichter aan bij een gedrukte krant. Bij de iPad heb je vermoedelijk het gevoel dat je naar een uitgebreide versie van een website aan het kijken bent.

De iPad heeft als voordeel dat hij foto’s in kleur kan tonen (wat de gedrukte kranten ook doen), dat er in de plaats van foto’s ook bewegende beelden kunnen geïntegreerd worden en dat de lezer onmiddellijk kan deelnemen aan de discussies. De Kindle houdt het op stilstaand eenrichtingsverkeer in zwart-wit.

Toch blijf ik ervan overtuigd dan lang lezen op een lcd-scherm niet zo comfortabel is als lezen op papier. De verlichte pixels zorgen voor een zeker onrust en vluchtigheid. Vandaar dat ik mijn gedrukte krant op dit ogenblik niet zou willen ruilen voor een iPad. De dag dat de Kindles van deze wereld erin slagen om ook kleuren weer te geven op elektronisch papier, dan stap ik over. Want dan krijg je een krant die steeds actueel is (dankzij mobiel internet) én die comfortabel leest.

Voorlopig nog toekomstmuziek, maar écht lang gaat het allemaal niet meer duren. Denk ik.

Update.

Morgen, vrijdag 29 januari, is het D-Day wat het eerste semester van dit academiejaar betreft. Om 10 uur worden we op school verwacht om onze examenresultaten te aanschouwen. Hier en daar heb ik een pronostiekje gemaakt. In de virtuele wereld ga ik mij daar niet aan wagen, maar slecht nieuws verwacht ik niet.

Ondertussen heeft de griep ook mij te pakken gekregen. Toentertijd maakten Van Ranst en de zijnen zoveel heisa over de Mexicaanse griep, terwijl er relatief weinig mensen besmet raakten. Maar van zodra de ‘gewone’, oerdegelijke buikgriep de ronde doet, ligt de helft van het land in bed. Tenminste, dat schrijven de kranten.

Een lange nachtrust zal beterschap brengen, ik ben daar zeker van. Dat ik daardoor de enige mens ter wereld zal zijn, die niet naar de finale De slimste mens ter wereld zal kijken, kan me werkelijk geen moer schelen. Morgen wordt alles toch tot vervelens toe herkauwd.

Hoofdtelefoon.

Sinds enkele dagen ben ik de trotse en zeer tevreden bezitter van een Sennheiser HD250 Linear II hoofdtelefoon. Een knoert van een ding, dat zeker, en hij ziet er nogal jaren 1980 uit. Maar hey, wat doet het uiterlijk er bij een hoofdtelefoon eigenlijk toe?

De Sennheiser HD250 is ondertussen een erg gekend type hoofdtelefoon in audiostudio’s allerhande. En ik kan me wel voorstellen waarom. De geluidsweergave van deze ‘oorwarmers’ is werkelijk fantastisch. Een perfect evenwichtige en accurate balans, heel heldere klanken en een mooie, volle bas. Daarmee gaat de hoofdtelefoon resoluut voor een natuurgetrouwe weergave van de muziek (en andere opnames) en volgt hij de trend van de extreme bassen niet.

De hoofdtelefoon is ideaal om lang te dragen. Hij weegt ongeveer 250 gram en sluit de oren volledig in. Daardoor zit hij stevig op het hoofd en kan je hem lang ophouden. Doordat de oren volledig omsloten worden, hoor je geen achtergrondlawaai meer. Niet aan te raden in het verkeer, maar ergens anders is het een ware verademing.

U hoort het, ik ben een gelukkige muziekliefhebber. De komende dagen ga ik mij bezig houden met het opnieuw importeren van verschillende cd’s in iTunes. Sommige van de cd’s zijn geïmporteerd aan 128 kbps, en dat compressieniveau doet de hoofdtelefoon wat oneer aan. 192 kbps klinkt al heel wat beter. Alles lossless importeren zou me nogal wat extra harde schijven opleveren, dus daar begin ik niet aan.

1212.

“Vijf jaar na de tsunami bundelen media opnieuw hun krachten om, samen met niet-gouvernementele organisaties, bekende Vlamingen en allerhande lokale initiatieven zoveel mogelijk geld te verzamelen voor de reddingsacties en de wederopbouw. Opnieuw een steekvlam, zou je met enig cynisme kunnen opmerken. Maar wie heeft er iets aan cynisme?”

[…]

“De klassieke dooddoeners lagen nog sneller klaar dan anders: ‘veel geld gaat verloren in inefficiëntie en bureaucratie’, ‘schenken aan een land zonder leiding is een druppel op een hete plaat’ en ‘hoe weten we waar onze centen terechtkomen’. Voor al die bedenkingen valt wat te zeggen, maar daar kopen de berooide, gewonde, buitenslapende, bij gebrek aan adequate hulp stervende Haïtianen niets voor.”

[…]

“Het heeft dus zin deel te nemen aan de solidariteit.”

Uit het opiniestuk van De Standaard van 21 januari 2010, geschreven door Bart Sturtewagen. Vandaar; luister vandaag naar Radio1212, klik op de banner rechts in de sidebar en overweeg een schenking. In de veronderstelling dat het geld goed gebruikt zal worden.

Teach me, baby.

Omdat ik tevreden ben over Arteveldehogeschool, een reclamefilmpje! Gemaakt door studenten, in de lokalen van de nieuwe campus Kantienberg. Teach me baby one more time! Of nog: de opleidingen in spagaat.

Parabel.

Dinsdagavond, café ‘t Vat is af. Bij Mariette. Een aantal vrolijke mannen vergapen zich aan een kleine beeldbuis in een verre hoek. Niet godsdienst is opium voor het volk, maar voetbal. Zet drieëntwintig mannen en een bal op een veld, en het gepeupel blijft rustig. En als ze slaan, slaan ze op elkaar, dus zelfs daar stelt zich geen probleem.

Aan de toog zit een potige jongeman, voorovergebogen. Hij kijkt diep in z’n lege glas, want daar is, naar men zegt, de wijsheid te vinden. Het is halfnegen, de dag voor het examen. En het is 1-0.

De krullenkop bestelt nog een pint. Moed indrinken, nog zo’n inzicht. Mariette, een schat van een vrouw en behoorlijk van rad van tong, heeft het niet voor die volkse gezegden. Gemeend bezorgd vraagt ze het hoopje ellende wat er scheelt, waarom hij zo ostentatief de toog zit aan te staren.

“Ah, ‘t examen morgen gaat niet lukken, hé madam.”

Mariette tapt zichzelf ook een pint en schuift een barkruk bij. “En je denkt dat, door je eens goed te bezatten, de situatie gaat veranderen? Aan opgeven is niets mis, maar je moet er wel een goede reden voor hebben. Heb je die?”

“Neen.”

“Wel dan. Aan mijn toog is gaan plaats voor zelfbeklag. Naar échte miserie wil ik luisteren. Heb je geen grote problemen, dan moet je of naar het voetbal kijken, of boven je boeken hangen. Het liefst van al, wil ik dat je voor het tweede kiest. En dan kan je me morgen komen vertellen hoe goed het wel gegaan is.”

De dag erna zat de jongeman opnieuw in ‘t Vat is af. Het examen was een ramp geweest. Natuurlijk. Rome is ook niet op een dag gebouwd. Maar hij had er wel weer zin in gekregen, en dat is zoveel als de “goed begonnen” in het spreekwoord. Hij wilde Mariette bedanken, viel over zijn woorden, en bestelde dan maar een cola.

Dienstmededeling.

Voor de mensen die een feedreader gebruiken. Het feedadres van www.mathiasdhondt.be wordt binnenkort http://feeds.feedburner.com/mathiasdhondtblogt. Aanpassen is de boodschap, voor iedereen die graag blijft volgen.

Minister 2.0.

Toen Barack Obama in de running was om president van de Verenigde Staten te worden, gebruikte hij als eerste het internet als massacommunicatiemiddel tijdens een verkiezingscampagne. Blogs, Facebook en Twitter werden ingezet om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Met succes, zo bleek achteraf.

In de aanloop naar de regionale verkiezingen van juni 2009 probeerden heel wat politici ook de stap naar verkiezingen 2.0 te zetten, zeker nadat De Standaard de zogenaamde Obarometer lanceerde. Dat is een website waar alle online activiteit van politici verzameld werd. Blogger BVLG verzamelde destijds een hele hoop cijfers en grafieken. Op dezelfde blog werd ook aangetoond dat veel politici na de verkiezingsperiode de Twitter-toestanden lieten voor wat ze waren.

Vincent Van Quickenborne

Vincent Van Quickenborne

Een uitzondering op die conclusie is Vincent Van Quickenborne. Het gebruiken van digitale media en communicatie sluit ongetwijfeld aan bij de man zijn persoonlijke interesses. Op zijn blog schrijft de minister van Economie regelmatig berichten die over zijn vakgebied gaan. Ook Twitter gebruikt hij; er is @quickonomie, het account van de gelijknamige website, en een persoonlijke account: @vincentvq.

Tot zover nog steeds geen bijzonder nieuws.

Onlangs werd beslist om de Auvibel-heffing uit te breiden. Er moet nu ook een extra bijdrage betaald worden op de aankoop van digitale opslagmedia, bijvoorbeeld geheugenkaartjes en externe harde schijven. Heel wat bloggers  en andere mensen die vaak online te vinden zijn, protesteerden luidkeels tegen de maatregel. Vooral professionele mensen zouden hierdoor meer moeten betalen, terwijl de heffing dient om auteurs te vergoeden voor illegale kopieën, gemaakt door de ‘gewone’ consument.

De zaak werd onder anderen door Luc Van Braekel en Pietel uitvoerig besproken. Vincent Van Quickenborne nam de opmerkingen van de blogosfeer ter harte en formuleerde (naar eigen zeggen eigenhandig) een antwoord op de opmerkingen en kritiek. Eerst verscheen het artikel “Auteurs zijn ondernemers”, later schreef hij een blogbericht dat rechtstreeks aan de bezoekers van zijn blog en Twitter-pagina gericht was: “Antwoord op jullie comments”. Pieter Baert, Luc Van Braekel en de zes andere ondernemers die mee schreven aan een opiniestuk in De Tijd (zie onderaan dit artikel) kregen zelfs een uitnodiging om “eens samen te zitten”.

Vincent Van Quickenborne communiceert zeer open met iedereen die moeite doet om hem (digitaal) te bereiken. Dat hij z’n blog en Twitter niet alleen gebruikt om ten tijde van verkiezingen kiezers te lokken, siert hem. Nog nooit was het mogelijk om zo rechtstreeks met een minister te communiceren, als nu met Van Quickenborne. Het feit dat zowel de vermelde bloggers als de minister zeer bekwame en professionele mensen zijn, kan in de toekomst alleen maar tot interessante debatten leiden. De blogosfeer zal nooit invloed hebben op de rechtstreekse besluitvoering. Maar het kan een positieve evolutie zijn dat vakmensen vanuit de praktijk van gedachten kunnen wisselen met de overheid. Een pluim op de hoed van minister Q!